ISO-gecertificeerde laboratoriumanalyses 🇩🇪

Besparen nu 10%, met de mybody CareClub-code - CLUB10

Intermittent fasting werkt niet bij iedereen hetzelfde

Het belangrijkste in het kort

Niemand betwist dat mensen verschillend reageren op dezelfde voedingsvorm. De interessantere vraag is of je dit kunt voorspellen.

De grootste studie naar deze vraag vond bij 609 deelnemers geen significante interactie tussen een genotypepatroon en de dieetvorm. We geven dit resultaat weer, hoewel het niet overeenkomt met de verwachting rond genetische tests.

Je leest de geciteerde bron letterlijk, drie onderbouwde gegevens, drie zinnen in de factcheck, een nauwkeurige afbakening van wat de studie wel en niet onderzoekt, en wat een genetische analyse daadwerkelijk analyseert.

Dit kun je in dit artikel verwachten

1. De stelling en wat deze beweert
2. De onderbouwde bron
3. Wat deze studie heeft onderzocht
4. Drie onderbouwde gegevens
5. Wat het resultaat wel en niet betekent
6. Drie zinnen in de factcheck
7. Wat specifiek over intermittent fasting is aangetoond
8. De kern in één zin
9. Waarom een nuluitspraak waardevol is
10. Wat een genetische analyse wel en niet zegt
11. Waarom de broncategorie hier telt
12. Voor wie een genetische analyse de moeite waard is
13. De DNA-stofwisselingsanalyse in detail
14. Grenzen: wat open blijft
15. Waar het bij dit onderwerp op aankomt
Veelgestelde vragen
Bronnen

De stelling en wat deze beweert

De kop van dit artikel bevat een bewering die uiteenvalt in twee zeer verschillende uitspraken.

De eerste luidt: mensen reageren verschillend. Dat staat niet ter discussie en is zichtbaar in elke studie met veel deelnemers, omdat hun resultaten uiteenlopen.

De tweede luidt: je kunt voorspellen wie hoe reageert. Deze uitspraak is de interessantste, en juist die moet worden getoetst.

Dit artikel behandelt uitsluitend de tweede. De vraag naar de energiebalans en waarom iemand tijdens intermittent fasting niet afvalt, behandelen we in een eigen, uitgebreid artikel waarnaar we aan het einde linken.

En we zeggen alvast waar de toetsing toe leidt: het resultaat komt niet overeen met wat je van een aanbieder van genetische analyses zou verwachten. Toch schrijven we het op, omdat al het andere in strijd zou zijn met onze eigen regels.

De onderbouwde bron

De zin is afkomstig uit een gerandomiseerde studie van twaalf maanden, gepubliceerd in het Journal of the American Medical Association.

Onderbouwde bron

„Er was geen significante interactie tussen dieet en genotypepatroon (p = 0,20) of tussen dieet en insulinesecretie (INS-30) (p = 0,47) wat betreft het gewichtsverlies na twaalf maanden.“

Gardner CD et al., DIETFITS-gerandomiseerde klinische studie
JAMA 2018;319(7):667–679 · Vertaling door de redactie van mybody®x

Eigen vertaling: Er was geen significante interactie tussen dieet en genotypepatroon, en evenmin tussen dieet en insulinesecretie, wat betreft het gewichtsverlies na twaalf maanden.

De twee getallen tussen haakjes zijn zogenoemde p-waarden. Een p-waarde van 0,20 betekent vereenvoudigd: een verschil van deze omvang zou in een studie zonder echt verband ongeveer in één op de vijf gevallen alleen door toeval optreden. De gebruikelijke grens waarboven een resultaat als statistisch significant geldt, ligt bij 0,05.

De waarde ligt dus niet nipt naast de grens, maar er duidelijk vanaf. Dat is belangrijk bij de interpretatie.

Wat deze studie heeft onderzocht

Om het resultaat goed te kunnen interpreteren, moet je weten wat er precies is onderzocht. De opzet is ongebruikelijk duidelijk.

609 volwassenen werden willekeurig toegewezen aan een van twee voedingspatronen, een vetarm of een koolhydraatarm patroon, en twaalf maanden gevolgd. 481 van hen maakten de studie af.

Voor het begin werd bij iedereen een genotypepatroon bepaald. De vraag luidde: vallen mensen met een bepaald patroon meer af met het ene voedingspatroon dan met het andere?

Dat is precies de vraag achter het idee dat een genetische test kan zeggen welk voedingspatroon bij iemand past. Die vraag was vooraf gesteld en niet achteraf in de gegevens gezocht.

Het antwoord luidde: geen significante wisselwerking. Noch het genotypepatroon, noch de gemeten insulinewaarde voorspelde welke van de twee voedingspatronen bij wie beter uitpakte.

Drie onderbouwde beweringen

Drie beweringen uit de gecontroleerde bronnen. Ze plaatsen de bevindingen in context en stellen geen diagnose.

Onderbouwde beweringen

609

Volwassenen werden twaalf maanden gevolgd; 481 maakten de studie af (Gardner et al., JAMA 2018)

p = 0,20

De p-waarde voor de wisselwerking tussen voedingspatroon en genotypepatroon bedroeg; doorgaans geldt een waarde onder 0,05 als statistisch significant (Gardner et al., JAMA 2018)

geen aanbeveling

De DGE spreekt zich hierover uit: hoe vaak gezonde volwassenen per dag zouden moeten eten om hun gewicht te verlagen of te behouden (2012)

De derde bewering komt uit een andere context en past toch hierbij. Twee onafhankelijke bronnen komen bij twee verwante vragen tot hetzelfde patroon: de beschikbare gegevens ondersteunen geen algemene regel.

Wat het resultaat wel en niet betekent

Een resultaat van dit type wordt in beide richtingen overdreven geïnterpreteerd, en beide overdrijvingen zijn onjuist.

Het betekent niet dat genen geen rol spelen bij de stofwisseling. De studie onderzocht een bepaald genotypepatroon voor een specifieke voorspelling, en niet het belang van genen in het algemeen.

Het betekent ook niet dat genetische analyses niets zeggen. Een analyse kan informatie geven over de verwerkingsroutes van afzonderlijke stoffen, en dat is een ander soort uitspraak dan een voorspelling over het succes van een voedingspatroon.

De betekenis ervan is nauw afgebakend en toch zwaarwegend: voor de vraag welke van de twee onderzochte voedingspatronen bij wie beter werkt, was het onderzochte genotypepatroon geen bruikbare voorspellende waarde.

Wie uit een genetische analyse een voedingsadvies wil afleiden, moet zich aan deze studie laten toetsen. Dat geldt voor elke aanbieder, onszelf inbegrepen.

Drie zinnen in de feitencheck

Deze drie zinnen kom je tegen zodra genen en voeding samen worden genoemd.

Getoetst aan de stand van het bewijs

Gangbaar

„Een genetische test vertelt me welk voedingspatroon bij mij past.“

Aangetoond

De DIETFITS-studie vond bij 609 deelnemers gedurende twaalf maanden geen significante wisselwerking tussen voedingspatroon en genotypepatroon met betrekking tot gewichtsverlies (Gardner et al., JAMA 2018).

Gangbaar

„Dan zeggen genen dus helemaal niets over de stofwisseling.“

Aangetoond

Dat zegt de studie niet. Ze onderzocht een specifiek patroon voor een specifieke voorspelling. Over andere analyses, bijvoorbeeld van verwerkingsroutes van afzonderlijke stoffen, doet de studie geen uitspraak.

Gangbaar

„Voor intermittent fasting bestaan er specifieke genetische markers.“

Aangetoond

Voor genetische voorspellingen specifiek voor intermittent fasting hebben we geen bron gevonden in de klasse die we voor dergelijke uitspraken vereisen. Daarom noemen we er geen.

Wat specifiek over intermittent fasting is aangetoond

De DIETFITS-studie vergeleek een vetarm met een koolhydraatarm voedingspatroon, niet verschillende eetvensters. Voor intermittent fasting zelf is de studie dus slechts een analogieredenering.

Daarom hebben we gericht gezocht naar bronnen over genetische voorspellingen bij intermittent fasting en geen bronnen gevonden die aan onze eisen voor bronklasse en actualiteit voldoen.

Wat we hebben gevonden, is het standpunt van de Duitse Vereniging voor Voeding over de frequentie van maaltijden. Daarin staat dat er op basis van de beschikbare gegevens geen onderbouwde aanbevelingen kunnen worden gedaan over hoe vaak gezonde personen per dag zouden moeten eten om hun lichaamsgewicht te verlagen of op peil te houden (2012).

Deze twee bevindingen vormen samen een beeld. Noch voor de vraag naar het voedingspatroon, noch voor die naar de frequentie bestaat er een betrouwbare regel, en voor de combinatie van genetische analyse en tijdvenster al helemaal niet.

We schrijven dit op en vullen de leemte niet met een vermoeden. Dat is de ongemakkelijke variant en de enige die bij onze eigen regels past.

De kern in één zin

Op dit punt kan het onderwerp worden samengevat.


Dat mensen verschillend reageren staat buiten kijf. Dat dit aan de hand van een genotypepatroon te voorspellen zou zijn, is niet bevestigd door de grootste studie hiernaar.

Tussen deze twee zinnen ligt het volledige verschil tussen een waarneming en een voorspelling.

Voor een waarneming hoeft er alleen iets te gebeuren. Voor een voorspelling moet vooraf te zeggen zijn bij wie het gebeurt. Die tweede stap is de moeilijke.

Waarom een nulbevinding waardevol is

Een resultaat dat geen verband vindt, werkt aanvankelijk teleurstellend. Voor de praktijk is het vaak waardevoller dan een positief resultaat.

De reden ligt in de opzet. Deze studie had de vraag vooraf geformuleerd, wees de deelnemers willekeurig toe en liep twaalf maanden. Dit is de opzet waarmee je een verband zou vinden als dat er een was.

Als een dergelijke opzet niets vindt, is dat betrouwbare informatie. Die is veel meer waard dan een kleine analyse die achteraf in de gegevens zoekt en daarbij iets vindt.

Voor iemand die overweegt een genanalyse te gebruiken voor een voedingskeuze, is deze informatie nuttig. Ze maakt duidelijk welke verwachting die persoon niet moet hebben en beschermt tegen een teleurstelling.

Waarom zulke resultaten minder vaak verschijnen

Er is een reden waarom je in het dagelijks leven minder vaak nulbevindingen leest dan positieve bevindingen, en die heeft met de werking van het systeem te maken.

Een studie die een verband vindt, laat zich gemakkelijker in een kop vatten dan een studie die geen verband vindt. Zo’n studie wordt vaker geciteerd, vaker gedeeld en vaker in productteksten overgenomen.

Wie de bewijslast wil beoordelen, moet dit weten. Wat je online vaak tegenkomt, is niet hetzelfde als wat uit het geheel van de onderzoeken naar voren komt.

Voor dit artikel betekent dat: we citeren de studie die deze vraag het zuiverst heeft gesteld, en niet de studie waarvan het resultaat het beste zou passen. Dat is het hele verschil.

Wat een genanalyse wel en niet zegt

De tabel bakent af op welke uitspraken de studie wel en niet betrekking heeft. De tabel geeft duiding en stelt geen diagnose.

Type uitspraak Voorbeeld Heeft DIETFITS hier betrekking op? Duiding
Voorspelling van een voedingspatroon „Een koolhydraatarm dieet past beter bij jou“ Ja, rechtstreeks Geen significante wisselwerking gevonden, p = 0,20 (Gardner et al., JAMA 2018)
Voorspelling van een tijdvenster „Intermittent fasting werkt bij jou bijzonder goed“ Niet rechtstreeks, de studie onderzocht geen tijdvensters We hebben hiervoor geen bron van voldoende kwaliteit gevonden en noemen er daarom geen
Informatie over een verwerkingsroute Categorieën voor het metabolisme van cafeïne, alcohol of lactose Nee, dat onderzocht de studie niet Eigen vraagstelling; de bewijskracht wordt in het betreffende analyserapport beschreven
Uitspraak over de huidige toestand „Je ferritinewaarde ligt bij X“ Nee, daar is geen genanalyse voor verantwoordelijk Dat kan een bloedtest beantwoorden, niet een genetische test.

De eerste regel is degene die ertoe doet. Wie een genetische analyse koopt in de verwachting dat die de geschikte voedingsvorm voor hem of haar voorspelt, zou deze regel moeten hebben gelezen.

De laatste regel beschrijft de meest voorkomende verwarring van allemaal. Een genetische variatie verandert nooit, een bloedwaarde voortdurend. Daarom beantwoorden beide volledig verschillende vragen.

Tussen de tweede en de derde regel zit bovendien een verschil in het soort uitspraak. Een vermelding van een verwerkingsroute beschrijft hoe het lichaam met een stof omgaat. Een voorspelling zegt wat in de toekomst beter zal functioneren. Het tweede is aanzienlijk moeilijker te onderbouwen dan het eerste.

Waarom de bronklasse hier telt

Op dit vakgebied zijn er zeer veel publicaties en zeer weinig waarop je kunt steunen. Daarom eerst iets over onze werkwijze.

We baseren ons bij voorkeur op Duitstalige instellingen zoals het IQWiG, de Deutsche Gesellschaft für Ernährung of het Gemeinsame Bundesausschuss, omdat zij de bewijslast al hebben beoordeeld.

Over dit onderwerp zwijgen deze instellingen over genetische voorspelling. Daarom grijpen we hier terug op de primaire literatuur en vermelden we dat uitdrukkelijk, net als in een eerder artikel over vitamine D en magnesium.

Voor de selectie geldt dan: gerandomiseerd, vooraf geformuleerde vraagstelling, voldoende deelnemers, lange looptijd, gerenommeerd vakblad. Het DIETFITS-onderzoek voldoet aan alle vijf criteria.

Onderzoeken die niet aan deze criteria voldoen, citeren we bij dergelijke vragen niet, ook niet als de uitkomst beter bij een product zou passen.

Eén criterium verdient daarbij bijzondere aandacht: de vooraf geformuleerde vraagstelling. Wie lang genoeg in een grote dataset naar verbanden zoekt, vindt er wel enkele, puur door toeval. Alleen een vraag die vóór de analyse vaststond, sluit dat uit.

Daarin ligt precies het gewicht van het hier geciteerde onderzoek. Het stelde de vraag naar het genotype vooraf en wees de deelnemers willekeurig toe, in plaats van achteraf naar patronen te zoeken.

Voor wie een genetische analyse de moeite waard is

De vergelijking gaat over de vraag of een genetische analyse in jouw situatie iets toevoegt.

Zinvol voor jou, als …

De concrete analysecategorieën je interesseren, bijvoorbeeld het cafeïne- of lactosemetabolisme.

Je een eenmalige analyse wilt die, in tegenstelling tot bloedwaarden, niet hoeft te worden herhaald.

Je weet dat de stand van het onderzoek geen voorspelling van een geschikte voedingsvorm mogelijk maakt en je die verwachting niet hebt.

Je rekening kunt houden met een verwerkingstijd van 15 tot 25 werkdagen.

Liever niet, als …

Je verwacht dat de analyse het passende voedingspatroon voor jou voorspelt. Daarvoor biedt de stand van het onderzoek geen basis.

Je wilt weten of intermitterend vasten bij jou werkt. Daarvoor hebben we geen betrouwbare bron gevonden.

Je je actuele waarden wilt zien. Daarvoor is een bloedtest bedoeld, geen gentest.

Je klachten hebt. Dan is medisch onderzoek in een dokterspraktijk nodig.

De DNA-stofwisselingsanalyse in detail

Een genanalyse stelt geen diagnose en vervangt geen medisch onderzoek. Ze beschrijft genvariaties die gedurende het leven niet veranderen.

De volgende gegevens zijn afkomstig van de productpagina van mybody®x (MYBODY Lab GmbH), geraadpleegd op 19-08-2026. Op basis van alles wat in dit artikel staat, geven we ze weer als beschrijving en niet als belofte.

DNA-stofwisselingsanalyse

Genanalyse uit speeksel

DNA-stofwisselingsanalyse

Beoordeelt volgens de productpagina meer dan 80 genvariaties, verdeeld over categorieën voor voeding en dieet, de behoefte aan vitamine B6, B9, B12, D en E en aan ijzer, natrium en kalium, en de stofwisselingsfunctie, waaronder de verwerking van alcohol, cafeïne en lactose en glutentolerantie. Wat de analyse niet doet: ze voorspelt niet of intermitterend vasten bij jou werkt, meet geen actuele bloedwaarden en stelt geen diagnose.

Prijs vanaf € 197,00 Stand per 19-08-2026, wijzigingen mogelijk
Type monster Speekselmonster
Verwerkingstijd 15–25 werkdagen na ontvangst van het monster
Informatie van de productpagina, geraadpleegd op 19-08-2026
Laboratorium Analyse in Duitsland, gecertificeerd volgens ISO 9001, ISO 13485 en ISO 27001
Informatie van de productpagina, geraadpleegd op 19-08-2026
Naar de DNA-stofwisselingsanalyse

Het hoofdstuk in één oogopslag

De analyse beoordeelt genvariaties met betrekking tot voeding, voedingsstoffenbehoefte en stofwisselingsfunctie. Voor de voorspelling welk voedingspatroon bij wie beter werkt, vond de DIETFITS-studie geen betrouwbaar verband. De analyse meet geen actuele bloedwaarden, stelt geen diagnose en vervangt geen medisch onderzoek.

Beperkingen: wat openblijft

De eerste beperking is de overdracht. De DIETFITS-studie vergeleek een vetarm met een koolhydraatarm voedingspatroon en geen tijdvensters. Voor intermitterend vasten is dit een analogieredenering en geen direct bewijs.

De tweede beperking is de reikwijdte van het resultaat. Het gaat om de voorspelling van een voedingspatroon, niet om de betekenis van genen in het algemeen.

De derde beperking is onze bronnenbasis. Voor genetische voorspellingen die specifiek betrekking hebben op intermitterend vasten hebben we geen bron van voldoende kwaliteit gevonden en daarom noemen we er geen.

De vierde beperking is de ouderdom van het onderzoek. Het dateert uit 2018. Als een nieuwer onderzoek met een vergelijkbare opzet tot een andere conclusie komt, passen we dit artikel aan.

De vijfde grens is de diagnose. Alle duidingen in dit artikel bieden context en stellen geen diagnose. Een enkele laboratoriumwaarde is altijd slechts één onderdeel van een totale diagnose (IQWiG, stand van 02-04-2025).

Waar het bij dit onderwerp op aankomt

Als je één ding uit dit artikel meeneemt, laat het dan dit zijn: maak onderscheid tussen de observatie dat mensen verschillend reageren en de bewering dat je dit kunt voorspellen.

Voor deze voorspelling is er een groot, zorgvuldig opgezet onderzoek met een duidelijk resultaat: er was na twaalf maanden geen significante wisselwerking tussen dieet en genotypepatroon met betrekking tot gewichtsverlies (Gardner et al., JAMA 2018).

We hadden dit artikel ook anders kunnen schrijven. Dat we dat niet hebben gedaan, is de eigenlijke boodschap: een tekst die cijfers en bronnen serieus neemt, vermeldt ook de resultaten die niet in het plaatje passen.

Veelgestelde vragen

Voorspelt een genetische analyse welk voedingspatroon bij mij past?

Voor deze vraag vond de DIETFITS-studie bij 609 volwassenen gedurende twaalf maanden geen significante wisselwerking tussen voedingspatroon en genotypepatroon met betrekking tot gewichtsverlies (Gardner et al., JAMA 2018;319(7):667–679). Wie met deze verwachting een genetische analyse aanschaft, moet dit resultaat kennen.

Betekent dit dat genen geen rol spelen bij de stofwisseling?

Nee. De studie onderzocht een specifiek genotypepatroon voor een specifieke voorspelling, namelijk bij wie een van twee voedingspatronen beter werkt. Over andere analyses, bijvoorbeeld van verwerkingsroutes van afzonderlijke stoffen zoals cafeïne of lactose, doet de studie geen uitspraak.

Zijn er specifiek studies naar genen en intermittent fasting?

We hebben geen bron gevonden die aan onze eisen voor bronklasse en actualiteit voldoet en noemen er daarom geen. De DIETFITS-studie vergeleek voedingspatronen en geen tijdvensters; voor intermittent fasting is dat een analogieredenering.

Wat betekent de p-waarde van 0,20?

Eenvoudig gezegd: een verschil van deze omvang zou in een onderzoek zonder werkelijk verband in ongeveer één op de vijf gevallen alleen door toeval optreden. De gebruikelijke grens voor een statistisch significant resultaat ligt bij 0,05. De waarde ligt dus duidelijk daarboven en niet maar net.

Waarom val ik ondanks intermittent fasting toch niet af?

Dit artikel behandelt deze vraag bewust niet, omdat het om een andere vraag gaat. We hebben hierover een apart, uitgebreid artikel waarin de energiebalans wordt besproken aan de hand van bronnen van de DGE, IQWiG en WHO. Je vindt de link onder ‘Meer lezen’.

Volgende stap

Wat een genanalyse daadwerkelijk analyseert

De DNA-stofwisselingsanalyse analyseert meer dan 80 genvarianten, waaronder categorieën voor de stofwisseling van alcohol, cafeïne en lactose. De analyse voorspelt niet of intermittent fasting bij jou werkt, meet geen actuele bloedwaarden en stelt geen diagnose.

Naar de DNA-stofwisselingsanalyse

Verder lezen

Dit vind je misschien ook interessant

Waarom val ik niet af met intermittent fasting?

De energiebalans doorgerekend met bronnen.

Het tijdstip waarop je eet verandert hoe je lichaam reageert

Waarvan het tijdstip aantoonbaar van belang is.

Bronnen

  1. Gardner CD, Trepanowski JF, Del Gobbo LC et al.: Effect of Low-Fat vs Low-Carbohydrate Diet on 12-Month Weight Loss in Overweight Adults and the Association With Genotype Pattern or Insulin Secretion: The DIETFITS Randomized Clinical Trial. JAMA. 2018;319(7):667–679 – jamanetwork.com
  2. Duitse Vereniging voor Voeding (DGE): Eetfrequentie en gewichtsregulatie bij volwassenen, vakinformatie, juli 2012 – dge.de
  3. Instituut voor Kwaliteit en Efficiëntie in de Gezondheidszorg (IQWiG): Laboratoriumwaarden correct begrijpen, stand van zaken 02-04-2025 – gesundheitsinformation.de

Het letterlijke Engelse citaat, de p-waarden, de aantallen deelnemers van 609 en 481, de studieduur van twaalf maanden en de opzet van de studie zijn afkomstig uit bron [1]; de Duitse weergave van het citaat is een vertaling van de redactie van mybody®x. De uitspraak over de maaltijdfrequentie is afkomstig uit [2]. De zin over een bouwsteen van een algehele diagnose is afkomstig uit [3]. De uitspraak dat we geen bron van voldoende kwaliteit hebben gevonden voor genetische voorspellingen die specifiek betrekking hebben op intermittent fasting, is gebaseerd op onderzoek van 19-08-2026. De evaluatiecategorieën, het aantal genvarianten en de gegevens over prijs, monstertype, verwerkingstijd en certificering zijn afkomstig van de productpagina van mybody®x, geraadpleegd op 19-08-2026. Alle bronnen zijn op 19-08-2026 geraadpleegd en gecontroleerd.

mybody®x (MYBODY Lab GmbH) Certificaat / kwaliteitskeurmerk

Redactie- & expertteam van mybody®x

Laboratoriumdiagnostiek Interpretatie van bloedanalyses Voedingswetenschap Nutrigenetica

Dit artikel is samengesteld door het redactie- en expertteam van mybody®x. Het team combineert laboratoriumdiagnostiek, voedingswetenschap en de interpretatie van bloedanalyses. Wie hieraan meewerkt, staat op de auteurspagina.

Gepubliceerd op 19-08-2026 · Laatst bijgewerkt op 19-08-2026

De inhoud is bedoeld als algemene informatie en vervangt geen medisch advies, diagnose of behandeling. Referentiewaarden zijn afhankelijk van het laboratorium, de methode en de leeftijd – doorslaggevend zijn altijd de gegevens op je onderzoeksresultaat.

mybody®x (MYBODY Lab GmbH) Certificaat / kwaliteitskeurmerk

Recente bijdragen

Alles tonen

Eine gusseiserne Kettlebell neben einer Handvoll Kichererbsen und einem indigoblauen Leinentuch auf rohem Holz.

Muskeln aufbauen und Fett abbauen gleichzeitig: geht das? Sechs messbare Hebel

Muskeln aufbauen und Fett abbauen gleichzeitig: geht das? Sechs messbare Hebel Das Wichtigste in Kürze Ja, beides zugleich ist möglich. In der Sportwissenschaft heißt der Vorgang Körperrekomposition oder body recomposition, also Muskelaufbau bei gleichzeitigem Fettabbau. Am ehesten gelingt er Einsteigern...

Lees meer

Eine dunkle Schüssel mit Erdnüssen in der Schale, eine angebrochene Tafel dunkler Schokolade und zwei Reiswaffeln auf Leinen.

Snacks, die dein Partner nicht verträgt: Allergie oder Unverträglichkeit?

Snacks, die dein Partner nicht verträgt: Allergie oder Unverträglichkeit? Das Wichtigste in Kürze Allergie und Unverträglichkeit sind zwei verschiedene Vorgänge. Bei einer Allergie reagiert das Immunsystem auf ein Eiweiß, und bei manchen Lebensmitteln reichen dafür sehr kleine Mengen. Bei einer...

Lees meer

Mann Mitte vierzig steht morgens in seiner Küche am Fenster, daneben ein Glas Wasser und eine Schale Obst.

Testosteronspiegel: Welke alledaagse factoren hem echt verlagen

Testosteronspiegel: welke factoren uit het dagelijks leven hem echt verlagen Het belangrijkste in het kort Het best gedocumenteerd zijn vier factoren uit het dagelijks leven: te weinig slaap, buikvet, regelmatig alcoholgebruik en langdurige belasting. Daar komen bepaalde medicijnen en de...

Lees meer